Landschapsbiografie en Afwegingskader natuurontwikkeling Kinderdijk
In de noordwester hoek van de Alblasserwaard, daar waar de Lek en de Noord samenkomen, bevindt zich het molencomplex Kinderdijk-Elshout. Vanwege uitzonderlijke universele waarde van dit cultuurhistorische landschap is het molencomplex in 1997 ingeschreven op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Naast Werelderfgoed zijn de Boezems van Kinderdijk ook een Natura 2000 gebied. De provincie Zuid-Holland is de kansen aan het verkennen voor natuurontwikkeling in de Polders Blokweer en Nieuw-Lekkerland. Aan Land-iD is gevraagd om een landschapsbiografie en een afwegingskader op te stellen zodat de erfgoedwaarden op de juiste manier meegenomen kunnen worden in de natuurontwikkeling.
Onze aanpak
Centraal in het afwegingskader staan de vragen: Waarom ziet het landschap van Kinderdijk er zo uit en wat zijn de kernkwaliteiten van het landschap? En welke randvoorwaarden kunnen er meegegeven worden aan de natuurontwikkeling zodat de waarden van Kinderdijk bewaard of versterkt worden? Het afwegingskader is opgebouwd uit 3 delen: de landschapsbiografie waar in 6 tijdvakken de geschiedenis van het landschap wordt toegelicht, de Werelderfgoedwaarden van Kinderdijk en het Afwegingskader met ontwerpprincipes die meegenomen kunnen worden voor de realisatie van de natuurdoelen in de polders van Kinderdijk.
Landschapsbiografie; de molens
De geschiedenis van Kinderdijk wordt opgedeeld in 6 tijdvakken. Dit begint in het Holoceen, waar onder invloed van rivieren een metersdik, voedselrijk, klei-houdend veenpakket ontstaat met een grootschalig moerasbos. In de 11e eeuw wordt het gebied ontgonnen met behulp van smalle lange slootverkaveling. De veenbodem klinkt in, waardoor afwateren steeds moeilijker wordt. Met behulp van boezems en poldermolens wordt de afwatering verbeterd, waardoor de inklinking versnelt. Een tweede laag, hogere boezems wordt toegevoegd. Het unieke trapsysteem van Kinderdijk ontstaat; het water uit de polder wordt met molens naar de lage boezem gemalen, waarna het uit de lage boezem met molens naar de hoge boezem wordt gemalen. Deze trapsgewijze bemaling is vandaag de dag nog steeds zichtbaar.
Landschapsbiografie; mechanisatie en urbanisatie
Na aanhoudende wateroverlast worden er eind 19e eeuw twee stoomgemalen geplaatst om de molens te ondersteunen. Met de komst van de gemalen verandert de waterhuishouding in de Alblasserwaard aanzienlijk. De griendteelt in de polders neemt door de betere ontwatering in een rap tempo af waardoor het landschap in de polders homogeniseert. Daarnaast zorgt ook grootschalige woningbouw na de tweede Wereldoorlog voor een afname in omvang van de polders Blokweer en Nieuw-Lekkerland. Ondanks dat de polders zijn veranderd door urbanisatie en toerisme, is het unieke trapsysteem nog steeds ervaarbaar.
Afwegingskader natuurontwikkeling als resultaat
Het behalen van de Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland doelstellingen binnen de begrenzing van het Werelderfgoed heeft mogelijk impact op de OUV van het Werelderfgoed. Zo brengt de natuurontwikkeling kansen en knelpunten met zich mee in relatie tot de kernkwaliteiten. Vanuit de analyse van de geschiedenis en de huidige stand van zaken in de polders, de
Kernkwaliteiten van het Werelderfgoed en de kaders vanuit de natuurontwikkeling volgen randvoorwaarden en ontwerpuitgangspunten en -principes voor het realiseren van de natuurdoelen. Met behulp van het afwegingskader wordt inzichtelijk gemaakt hoe de natuurontwikkeling hand in hand kan gaan met de kwaliteiten van het Werelderfgoed, voor een toekomstbestendig Kinderdijk.